Artikel 10
Om samen te zijn met zijn ouders, heeft elk kind het recht om een land te verlaten en terug binnen te komen
Artikel 11
Een kind mag niet zonder toestemming van de beide ouders weggebracht worden naar een ander land of vastgehouden worden in het buitenland.
Artikel 12
Elk kind heeft het recht om vrij zijn mening te geven. Met die mening moet rekening gehouden worden. Bij een belangrijke beslissing die over het kind gaat, moet de mening van het kind eerst gehoord worden.
Artikel 13
Het kind heeft recht op informatie. Het mag dus alles weten wat nodig is om een mening over iets te hebben. Het kind mag zelf kiezen op welke manier hij zijn mening aan anderenwil geven, bijvoorbeeld: door te spreken, door te schrijven of door kunst. Enkel wanneer het kind door zijn mening te geven iemand anders zijn rechten afneemt, mag het dat niet doen.
Artikel 14
Een kind heeft het recht om ideeën te hebben over de mens en de wereld. Het mag in iets geloven en aanvoelen wat goed en kwaad is. Elk kind heeft recht op een godsdienst. De ouders zullen de kinderen hierbij helpen.
Artikel 15
Elk kind heeft het recht om met anderen samen te komen of een clubje op te richten. Maar dit mag niet als je het op een manier doet waardoor je iemand anders zijn rechten afneemt.
Artikel 16
Niemand mag zich zonder goede reden bemoeien met het leven van een kind. Zo mag niemand zonde toestemming bij het kind alleen thuis komen, zijn brieven lezen of het kind een slechte naam geven.
Artikel 17
Door de kranten, de radio, de tv en het internet moet een kind kunnen te weten komen wat belangrijk voor hem is. Volwassenen moeten ervoor zorgen dat kinderen niet naar zaken kijken of luisteren die niet geschikt voor hen zijn. Kinderen moeten kunnen lezen in kinderboeken. Er moeten ook boeken en programma’s op radio en tv zijn voor de kinderen die een andere taal spreken of van een ander land zijn.
Artikel 18
De ouders helpen het kind op te groeien. Zowel de vader als de moeder doen dit. Als de ouders dit niet kunnen, zullen ze hierbij geholpen worden of zal iemand anders dit in hun plaats doen. Op de uren dat ouders niet voor hun kinderen kunnen zorgen omdat ze werken, moeten de kinderen naar een kinderopvang kunnen.
Artikel 19
Niemand mag kinderen slecht behandelen. Er moet voor gezorgd worden dat een kind niet gepest of geslagen wordt, ook niet door de ouders. Een kind moet altijd verzorgd worden als dat nodig is. Kinderen moeten altijd beschermd worden tegen mishandeling.
Vervolg...
|