SluitenLager onderwijs
Infotheek Nieuws Chat Links Ons aanbod Over het kinderrechtenverdrag Veelgestelde vragen
Artikel 20 tot artikel 30

Artikel 20

Een kind dat niet bij zijn eigen ouders kan blijven, moet geplaatst worden bij een ander gezin of in speciaal tehuis bij andere kinderen. Dat kind zit dan beter bij mensen die rekening houden met zijn taal, godsdienst en het land waaruit het komt.

Artikel 21

Een kind dat echt nooit meer bij zijn eigen ouders terug kan, krijgt nieuwe ouders. Zoiets heet adoptie. Zoiets kan enkel gebeuren met de toestemming van de rechter. Voor kinderen bij wie adoptie in eigen land niet kan, worden nieuwe ouders in een ander land gezocht. Adoptie gebeurt alleen als het leven van het kind er beter van wordt.

Artikel 22


Soms vluchten kinderen weg uit hun land. Omdat er bijvoorbeeld geen eten is of er een oorlog is. Die kinderen moeten speciaal geholpen worden, ook om hun familie terug te vinden.

Artikel 23


Een gehandicapt kind moet extra verzorgd worden. Het moet kunnen meedoen met andere kinderen. Het moet de kans krijgen om alles zelf te doen.
Als het volwassen is, moet het zoveel mogelijk kunnen wat een niet-gehandicapt kind kan. De ouders van een gehandicapt kind moeten speciale hulp krijgen om hun kind te verzorgen.

Artikel 24


Elk kind heeft het recht om gezond te zijn. Alles wat slecht is voor de gezondheid van een kind moet verboden worden.
Ouders moeten hun kinderen beschermen tegen ziektes en ongevallen. Als een kind ziek is, moet het door een dokter behandeld worden. Zwangere vrouwen en pasgeboren baby’s moeten speciale zorg krijgen. Er moeten zo weinig mogelijk baby’s en kinderen sterven. Alle kinderen over gans de wereld moeten drinkbaar water hebben en niemand mag honger lijden. Kinderen mogen geen gevaar lopen voor de milieuvervuiling. Volwassenen en kinderen krijgen informatie over hoe de gezondheid van kinderen kan verbeterd worden.

Artikel 25


Een kind dat niet bij zijn ouders woont, moet goed behandeld worden. Dat moet men regelmatig controleren.

Artikel 26


Een kind mag niet in armoede leven. Ouders die geld tekort hebben, moeten geholpen worden.

Artikel 27


Elk kind moet voldoende kansen krijgen om goed op te groeien. Als ouders het moeilijk hebben om aan gezonde voeding, genoeg kleding of een goed huis te geraken, zullen ze geholpen worden.

Artikel 28


Elk kind heeft het recht om naar school te gaan.
Kinderen moeten, tot ze een bepaalde leeftijd hebben, verplicht worden om naar school te gaan. Alle kinderen op school moeten evenveel kansen krijgen. Kinderen die jonger dan twaalf jaar zijn, moeten gratis naar school kunnen. Kinderen moeten zolang mogelijk naar school kunnen gaan. Ouders en kinderen moeten geleerd worden welke soorten scholen er bestaan. Kinderen moeten zich op school goed voelen.

Artikel 29


Een kind moet op school van alles kunnen leren en doen. Het moet getoond worden wat het goed kan. Op school moet geleerd worden over de rechten van de mens. Elk kind moet geleerd worden om respect te hebben voor mensen met een andere taal of uit een ander land. Een kind moet weten dat iedereen op de wereld gelijk is. Elk kind moet geleerd worden eerbied te hebben voor de natuur. De school moet het kind voorbereiden op het leven als volwassene.
 

Vervolg... 
 



Terug 


ReactiesGeen reacties
Er zijn nog geen reacties geplaatst bij dit artikel.
 
Artikel doorsturenGeef reactie



 




Algemeen Nieuws Publicaties Vormingsaanbod Infotheek Faq Links Contact