Artikel 30
Een kind uit een ander land mag niet verboden worden om zijn taal te spreken. Hij mag samenkomen met andere mensen van dat land en zijn eigen gewoontes en godsdienst hebben.
Artikel 31
Elk kind heeft recht op rust en vrije tijd. Iedereen mag spelen, sporten en met kunst bezig zijn.
Artikel 32
Kinderen mogen geen zwaar werk doen. Niemand mag gevaarlijk of ongezond werk doen. Jonge kinderen mogen niet de ganse dag werken om geld te verdienen.
Artikel 33
Kinderen moeten beschermd worden tegen het gebruik van drugs. Ze mogen ze niet kopen of verkopen. Kinderen mogen niet toegelaten worden om drugs te maken. Kinderen mogen niet zien hoe volwassenen drugs gebruiken.
Artikel 34
Niemand mag een kind gebruiken voor seks. Zelfs foto’s en films van blote kinderen zijn verboden.
Artikel 35
Volwassenen moeten opletten dat kinderen niet ontvoerd of verkocht worden.
Artikel 36
Volwassenen moeten ervoor zorgen dat een kind niet verplicht wordt om iets te doen dat schadelijk is voor hem.
Artikel 37
Kinderen die opgesloten worden omdat ze iets verkeerd gedaan hebben, mogen nooit bij volwassenen in een gevangenis zitten. Kinderen kunnen nooit de doodstraf of een levenslange gevangenisstraf krijgen. Kinderen mogen nooit gefolterd worden. Opsluiting kan pas als het echt niet anders kan. Opgesloten kinderen mogen niet slecht behandeld worden. Ze mogen hun ouders zien en moeten hulp krijgen van iemand. De rechter en de mensen van de politie of van de gevangenis moeten steeds alle regels volgen.
Artikel 38
Geen enkel kind, dat jonger is dan 15 jaar, mag in het leger om te vechten in een oorlog. Kinderen die wonen in een land waar het oorlog is, krijgen extra bescherming en verzorging.
Artikel 39
Alle kinderen die slecht behandeld geweest zijn, of bij wie iets heel ergs gebeurd is, moeten speciale hulp krijgen.
Vervolg...
|